The Whole Rimramcows.jpg

We have to shrap article 8… and the whole rimram

Nederlanders staan bekend om hun talenknobbel. In internationaal gezelschap voelen ze vaak een onbedwingbare neiging om van hun eigen taal over te stappen naar die van de toehoorders. Vooral ministers, hooggeplaatsten en zakenlui willen in belangrijk gezelschap wel eens als vlotte polyglotten uit de hoek komen. Dat ondervinden de congrestolken van de Europese Unie deze dagen, waar Nederland nog tot eind juni het voorzitterschap waarneemt. Zij zitten er tegenwoordig vaak werkloos bij omdat de voorzittende Nederlandse minister erop staat de vergadering in het Engels te leiden. Nederlanders spreken hun talen immers. Alleen, minder goed dan ze zelf denken.

“Sommigen kletsen er maar op los, zonder er bij stil te staan wat ze precies leggen,” lucht de Nederlandse congrestolk Mike van der Vijver van het coöperatief congres-tolkensecretariaat in Amsterdam. “Ze slaan de plank soms helemaal mis en ze hebben helemaal niets in de gaten.” Zoals de minister die ter afronding van een Europese top aan lijn collega's zei: We have worked hardly. Wat hij bedoelde was dat ze hard gewerkt hadden. Wat zijn publiek hoorde was dat ze geen klap hadden uitgevoerd. Bij de congrestolken van de Europese Unie circuleert inmiddels al een lijst met de grappigste versprekingen en blunders tijdens congresvergaderingen en ministerraden. De lijst wordt op tijd en stond aangevuld. Met voorbeelden als: We have to shrap article 8, If we arrive at the drempel en: I do not want to mow the grass before sombody else. Toen een van die hooggeplaatsten duidelijk wilde maken dat hij zich terugtrok, klonk het goedmoedig: Don’t worry. I’ll redraw myself (ik herteken mezelf). Waarop de wenkbrauwen van de toehoorders de hoogte ingingen.

“Het vervelende is dat Nederlanders elkaar voortdurend in dit soort Nederlands-Engels horen praten en denken dat het aanvaardbaar Engels is,” zegt Mike van der Vijver. “Ik noem het een soort zelfbestuiving. Tijdens onderhandelingen gooien ze er in het heetst van de strijd uitdrukkingen uit als… and the whole rimram. Of ze gaan typisch Nederlandse gezegden verengelsen: we must put water in the wine of we don’t have this problem under the knee.” Voorbeelden vind je overigens niet alleen in het Engels, want de Nederlanders praten ook lustig Frans en Duits. Van der Vijver herinnert zich hoe een vergaderend commissielid in een Duitsklinkend koeterwaals vroeg of ze hun papieren in de zaal mochten laten liggen, waarop de voorzitter antwoordde dat dat punt de volgende dag besproken zou worden.

“Wij kunnen erom glimlachen,” zegt de Nederlandse congrestolk van der Vijver, “maar tolken die geen Nederlands kennen, worden tot de wanhoop gedreven met uitspraken als in the cader of the her orientation of the new policy… Of wat denkt u dat een Franse tolk kan doen met een cryptische boodschap als we have to look in the coffee (dat wordt koffiedik kijken)?”

Reacties op de hilarische versprekingen blijven meestal erg beleefd. Hoe formeler de vergadering, hoe minder aanmerkingen erover komen. In de meeste gevallen blijft de ongelukkige slip of the tongue even in het ijle zweven, alvorens men weer overgaat naar de orde van de dag. De sprekers zelf zijn verwonderd dat er geen adequate reactie komt.

“Engelsen zijn het al gewend dat anderen hun taal niet helemaal beheersen, zodat we niet helemaal een modderfiguur slaan,” zegt van der Vijver. “Maar Engelsen zijn ook keiharde onderhandelaars en in moeilijke momenten gebruiken ze het wel eens tegen de sprekers.”

Dat gebeurde ook tijdens een van die Europese toppen waar de Nederlandse minister weer eens geen tolk nodig had en de vergadering in het Engels leidde. De onderhandelingen verliepen echter moeilijk. Dat verbeterde er niet op toen de Nederlandse minister de druk op een Brits ambtgenoot wat wilde opvoeren en de collega vroeg: Are you standing behind your point? Waarop de Brit even geïrriteerd en snedig antwoordde: I am not standing behind anything, I am sitting in my chair.

(AmB)

Everything bows to success, even grammar.